“Als ze je niet zien, moet je zorgen dat ze je horen.”
Een befaamde uitspraak van oud-WBG-voorzitter Hans Huibers. En eigenlijk vat die zin perfect samen hoe de Westfriese Bedrijvengroep zich de afgelopen jaren heeft gepositioneerd. Soms subtiel, soms minder subtiel, maar altijd met hetzelfde doel: Westfriesland zichtbaar maken. Niet als randgebied, niet als overloop, maar als regio met eigen kracht.
Want laten we eerlijk zijn. Jarenlang werd Noord-Holland Noord vooral gezien als het gebied waar je woonde als Amsterdam vol was. In de jaren ’80 groeiden in Hoorn complete woonwijken uit de grond om de druk op de hoofdstad op te vangen. Maar Westfriesland ontwikkelde zich intussen tot veel meer dan een wegzetregio. Hier wordt geproduceerd, geëxporteerd, geïnnoveerd. Hier zitten familiebedrijven, maakindustrie, agrarische koplopers, logistieke spelers en hightech ondernemers. Hier gebeurt het.
Maar dat moest de buitenwereld nog ontdekken.
Hans Huibers herinnert zich hoe het idee voor de inmiddels beruchte slogan ontstond:
“Het was de eerste regeerperiode van Trump. Arjan Lubach maakte in zijn programma een parodie op de plannen van Trump: America first, Netherlands second. Daar hebben wij Amsterdam first, Westfriesland second van gemaakt. Om te laten zien dat wij een goed verlengstuk zijn van de metropool. Later hebben we het omgedraaid. We reden met een busje vol stickers door de regio. Het haalde alle publiciteit. In Alkmaar zeiden ze: ‘En wij dan?’ Wij wilden vooral Westfriesland verenigen, maar inmiddels gaat het verder. Noord-Holland Noord moet als geheel zichtbaar zijn.”
Het was een knipoog, maar met een serieuze ondertoon. Westfriesland als partner van de metropoolregio Amsterdam. Niet als achtertuin, maar als versterker.
“Wij zijn klaar.” – “Wij beginnen net.”
Die gedachte kwam misschien wel het scherpst naar voren bij de opening van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. In de hoofdstad vierde men het afronden van een megaproject. In Westfriesland zagen ze vooral een begin.
Hans Huibers: “In Amsterdam dachten ze: ‘Wij zijn klaar.’ En wij dachten: ‘We beginnen net.’” Met bloemen en een button voor burgemeester Halsema, uiteindelijk aangenomen door waarnemer Job Cohen, trok de WBG de aandacht. Op de button stond: Amsterdam First, Westfriesland Second. De boodschap was helder: trek die lijn door naar Hoorn. Ontlast de A7. Geef Amsterdam lucht. Verspreid toerisme. Voorkom dat de hoofdstad verandert in een soort Disneyland waar alleen nog bezoekers lopen.
Het Noordhollands Dagblad pikte het op. De actie zorgde voor discussie, maar ook voor nieuwsgierigheid. Cohen gaf aan best eens naar de regio te willen komen om te zien wat hier allemaal mogelijk is. En precies dat was het doel: het gesprek openen.
Want uiteindelijk ging het niet om een button of een stunt. Het ging om bereikbaarheid, woningbouw, economische spreiding en een eerlijker verdeling van ruimte.
Steen in de vijver
Dit soort acties passen bij hoe de WBG vaker opereert. Niet wachten tot iemand anders je uitnodigt, maar zelf de eerste stap zetten. Soms met een ludieke invalshoek, soms met een scherpe rand.
Hans Huibers: “Je gooit een steen in de vijver om dingen in beweging te krijgen. Je moet het naar de mensen brengen. Je hebt iedereen nodig voor steun.”
Dat zag je bij de Westfrisiaweg. Dat zie je bij het agenderen van de Houtribdijk. En dat zag je ook bij het plan Please in my Backyard, waarbij de WBG met een concreet voorstel kwam voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Geen protest, geen tegenbeweging, maar een eigen plan. Met locatie, aantallen en voorzieningen. Het NOS Journaal pikte het op. Emile Roemer reageerde positief. Het plan was tegelijkertijd bedoeld als voorbeeld: neem regie, organiseer het goed en zorg fatsoenlijk voor de mensen die onze economie draaiend houden.
De achtste burgemeester
De huidige voorzitter Hans-Peter Baars pakt het anders aan, maar met hetzelfde doel. Tijdens een overleg van het Pact van Westfriesland noemde hij zichzelf de achtste burgemeester van de regio. Zeven gemeenten, plus het georganiseerde bedrijfsleven, onderwijs en zorg. Het was een ludieke uitspraak, maar de onderliggende boodschap was serieus: het Pact is van ons allemaal.
Inmiddels staat hij regelmatig op podia, ook buiten de regio, om te vertellen hoe Westfriesland zijn zaken regelt. Over toekomstbestendige bedrijventerreinen. Over organisatiegraad. Over samenwerken in plaats van versnipperen. Zichtbaarheid is geen doel op zich, maar een middel om invloed te hebben.
Westfriesland first is geen slogan
Westfriesland first is dus geen schreeuw om aandacht. Het is een houding. De overtuiging dat je als regio best boven het maaiveld uit mag steken. Dat je niet hoeft te wachten tot Amsterdam of Den Haag je nodig heeft, maar dat je zelf mag laten zien wat je waard bent.
Het vraagt lef om dat te doen. En het vraagt balans. Want je wilt zichtbaar zijn zonder irritant te worden. Oud-verenigingsmanager Bashar al Badri is heel duidelijk over de kwaliteiten van zijn collega’s: “Hans Huibers heeft een aanstekelijk enthousiasme. Hij durfde dingen te doen waar anderen misschien niet zouden doorpakken. Maar Hans-Peter Baars is minstens zo inspirerend. Authentiek, rustig en promotor van ‘geniet van de verschillen.’ Ook daarmee kom je ver.”
Na 25 jaar is misschien wel de belangrijkste les dat inhoud alleen niet genoeg is. Je kunt dossiers goed kennen, plannen goed onderbouwen en cijfers paraat hebben. Maar als niemand weet dat je er bent, tel je niet mee. Hans-Peter Baars: “We hebben van Henri Bontebal geleerd dat Westfriesland niet veel meer is dan een stadsdeelraad van Amsterdam. We doen onszelf tekort als we alleen als Westfriesland denken. Daarom gaan we ook steeds groter werken en zijn we samen Noord-Holland Noord. Hier gebeurt het. Hier is ruimte. Hier wordt gewerkt. Hier wordt meegedacht over oplossingen voor een bredere regio.”
En als ze dat nog niet zien?
Dan zorgen we dat ze het horen.