Nieuws

Niet wachten op meer stroom, maar kijken wat er wél kan

SED-gemeenten zetten samen met ondernemers volgende stap in aanpak netcongestie

Netcongestie wordt vaak gezien als een technisch probleem. Een probleem van kabels, transformatorstations en netbeheerders. Maar steeds duidelijker wordt dat de oplossing niet alleen in de grond ligt. Ook samenwerking tussen ondernemers kan helpen om ruimte te creëren op een vol elektriciteitsnet.

Dat was de kern van de presentatie die Bauke de Heer van de SED-gemeenten onlangs gaf tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Westfriese Bedrijvengroep. Daarin nam hij bestuurders mee in de aanpak die de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland de afgelopen periode samen met Firan hebben onderzocht.

Niet iedereen hoeft op meer stroom te wachten

Waar veel ondernemers bij een afwijzing van Liander of TenneT denken dat er simpelweg geen stroom beschikbaar is, blijkt de werkelijkheid vaak genuanceerder.

Bedrijven gebruiken elektriciteit namelijk niet allemaal op hetzelfde moment. Sommigen hebben vooral overdag een hoge vraag, anderen juist in de avonduren. Sommige bedrijven hebben veel zonnestroom beschikbaar, terwijl anderen juist op die momenten elektriciteit nodig hebben.

Door die energieprofielen naast elkaar te leggen, ontstaat soms ruimte die individueel niet zichtbaar is. “De vraag is niet alleen hoeveel stroom er beschikbaar is, maar ook hoe slim we die gebruiken,” zegt Bauke. “Door inzicht te krijgen in energieprofielen en ondernemers met elkaar in gesprek te brengen, blijken er soms mogelijkheden te ontstaan die vooraf niemand had verwacht.”

Van individuele aansluiting naar gezamenlijke oplossing

Veel bedrijven in de SED-gemeenten zitten op onderstation Enkhuizen. Door de grote reikwijdte daarvan liggen sommige bedrijven meer dan tien kilometer bij elkaar vandaan, maar omdat ze hetzelfde onderstation delen, liggen er via dat net toch samenwerkingskansen.

Omdat het voor bedrijven zelf lastig te achterhalen is wie hun netburen zijn en met welke partijen de grootste samenwerkingskansen liggen, heeft de gemeente de bedrijven benaderd en vorig jaar een onderzoek gestart. In totaal doen er 28 bedrijven met een grootverbruik aansluiting mee.

In het onderzoek is eerst geanalyseerd of de bedrijven daadwerkelijk tegen hun grenzen aanlopen en of ze hun congestieprobleem niet eenvoudig zelf kunnen oplossen. Dat gebeurde door energieprofielen, groeiplannen en oplossingen achter de meter met de bedrijven te bespreken. Vervolgens blijft een groep over waarvoor samenwerking echt kansen biedt.

Binnen die groep zijn vervolgens verschillende clusters ontstaan waarvoor samenwerking via een Groeps Transport Overeenkomst (GTO) kansrijk lijkt. Met zo’n overeenkomst maakt een groep bedrijven gezamenlijk een afspraak met Liander over het vermogen dat zij samen afnemen of terugleveren. Onderling spreken de bedrijven af hoe ze binnen die grenzen blijven.

Door deze aanpak houd je per cluster een kleine groep bedrijven over, maar dat is juist wenselijk om tot goede samenwerkingsafspraken te komen. Klein beginnen en daarna nieuwe bedrijven laten aanhaken lijkt de meest effectieve manier om een samenwerking van de grond te krijgen. Liever drie bedrijven die goed op elkaar aansluiten en elkaar vertrouwen, dan twintig bedrijven met allemaal verschillende belangen.

Aansluiten bij de boodschap van Liander

De uitkomsten sluiten opvallend goed aan bij de boodschap die Liander onlangs deelde tijdens gesprekken met ondernemersorganisaties in Noord-Holland Noord. Volgens Liander blijft uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk, maar is bouwen alleen niet voldoende. Nieuwe kabels en transformatorstations lopen uiteindelijk ook weer vol als het energiegebruik blijft groeien.

Daarom wordt flexibiliteit een steeds belangrijker onderdeel van het energiesysteem. Ondernemers die hun verbruik slimmer kunnen organiseren, energie kunnen opslaan of samen kunnen werken met andere bedrijven, helpen niet alleen zichzelf maar ook andere ondernemers die op een wachtlijst staan.

Of zoals Liander het eerder uitlegde in een interview met Duurzaam Ondernemersloket Westfriesland: het gaat niet alleen om méér parkeerplaatsen creëren, maar ook om slimmer gebruikmaken van de plekken die er al zijn.

Organisatie wordt steeds belangrijker

Voor de WBG bevestigt het onderzoek opnieuw hoe belangrijk organisatie op bedrijventerreinen, maar ook tussen bedrijven onderling. Soms dus zelfs als ze kilometers uit elkaar gevestigd zijn, maar wél stroom kunnen delen. Het is dus altijd relevant om bedrijven in de regio te kennen. Samenwerking ontstaat niet vanzelf. Ondernemers moeten elkaar kennen, bereid zijn gegevens te delen en gezamenlijk naar oplossingen willen zoeken. Juist daar ligt een belangrijke rol voor ondernemersverenigingen, parkmanagementorganisaties en gemeenten.

Wat in de SED-gemeenten gebeurt, kan daarmee ook interessant zijn voor andere delen van Westfriesland. Want hoewel de technische situatie per gebied verschilt, is de uitdaging overal dezelfde: hoe zorgen we ervoor dat bedrijven kunnen blijven groeien en verduurzamen in een regio waar de vraag naar elektriciteit sneller stijgt dan het net kan worden uitgebreid?

De volgende stap

Voor de clusters waarin kansen zijn gevonden, zijn werkgroepen ontstaan die bespreken hoe een gezamenlijke oplossing eruit kan zien en welke afspraken hiervoor gemaakt moeten worden. De verwachting is dat er eind van het jaar een eerste samenwerking wordt vastgelegd.

De belangrijkste opbrengst van het onderzoek is misschien wel dat ondernemers nu weten waar kansen liggen. Is dat individueel of toch met hun netburen? En wie zijn hun netburen precies? Want waar netcongestie vaak wordt gezien als een probleem waar ondernemers weinig invloed op hebben, laat de aanpak in de SED-gemeenten zien dat samenwerking soms meer ruimte kan opleveren dan gedacht.

“We kunnen blijven wachten tot het net wordt uitgebreid, maar ondernemers kunnen nu al stappen zetten,” zegt Bauke. “Juist door samen te werken en inzicht te krijgen in elkaars energieprofielen ontstaan kansen om te blijven groeien, ook bij netcongestie.”

Juist daarom blijft de WBG aandacht vragen voor organisatie op bedrijventerreinen. Want hoe beter ondernemers elkaar kennen, hoe groter de kans dat ze ook samen oplossingen vinden.