Goed nieuws voor ondernemers in Westfriesland: de Houtribbruggen bij Lelystad krijgen prioriteit bij de aanpak van de Nederlandse infrastructuur. Dat heeft minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat vrijdag 16 oktober bekendgemaakt. Daarmee komt een structurele oplossing voor de problemen op de Houtribdijk een belangrijke stap dichterbij. Maar voor ondernemers die vanaf 21 oktober moeten omrijden, verandert er voorlopig niets. De Westfriese Bedrijvengroep (WBG) blijft daarom aandringen op maatregelen die de economische schade op korte termijn beperken.
Het kabinet staat voor grote financiële opgaven bij het onderhoud en de vernieuwing van de Nederlandse infrastructuur. In maart werd al aangekondigd dat er scherpe keuzes nodig waren. In juni volgde een afweegkader, op basis waarvan nu is bepaald welke projecten voorrang krijgen. Tot tevredenheid van de WBG behoren ook de Houtribbruggen bij Lelystad daartoe.
Daarmee kan het planningsproces beginnen. Het herstel zal naar verwachting nog zes tot zeven jaar in beslag nemen. Een lange periode, maar het belangrijkste is dat de aanpak van de bruggen – en het onderhoud erna – nu officieel op de agenda staat.
Gezamenlijke lobby werpt vruchten af
Het besluit is mede het resultaat van een intensieve gezamenlijke lobby vanuit Noord-Holland Noord. Onder meer LTO Noord, VNO-NCW, Economisch Forum Holland boven Amsterdam, Statenleden uit Noord-Holland, Tweede Kamerleden Harmen Krul en Luciënne Boelsma-Hoekstra, gedeputeerde Jeroen Olthof, voorzitter van Platform Mobiliteit Noord-Holland Noord Nils Langedijk en de WBG hebben zich hiervoor ingezet de afgelopen periode. WBG-voorzitter Hans-Peter Baars is blij met het resultaat. “Dit hebben we niet eerder op deze schaal in Noord-Holland Noord meegemaakt. Deze gezamenlijke lobby van bedrijfsleven en overheid verbindt en smaakt naar meer.”
Meer dan een ton schade per dag
Dat de bruggen prioriteit krijgen, verandert voorlopig niets aan de situatie voor ondernemers. Vanaf woensdag 21 oktober geldt op de Houtribbruggen een maximumgewicht van 15 ton en een maximale aslast van 7,3 ton. Voor veel transportbedrijven betekent dat dagelijks tientallen extra kilometers, langere reistijden en hogere kosten. Dit geldt trouwens niet alleen voor transport, maar ook agrarische ondernemers uit Westfriesland. Veel van hen hebben grond in Flevoland, waar bijvoorbeeld bloembollen de grond in moeten de komende tijd.
Uit de enquête die de WBG onder getroffen ondernemers heeft gehouden, blijkt dat de directe extra kosten oplopen tot meer dan € 100.000 per dag. Daar komen omzetverlies, extra personeelsinzet en andere logistieke problemen nog bij. De gevolgen stonden afgelopen week centraal tijdens een bijeenkomst bij SVZ Transport in Zwaag. De WBG bracht daar getroffen transportbedrijven en betrokken bestuurders bij elkaar om de situatie en mogelijke oplossingen te bespreken. Ook gedeputeerde Jeroen Olthof en wethouder Nils Langedijk van Dijk en Waard (en Platform Mobiliteit NHN) waren aanwezig. Jeroen ging uitgebreid in op de lobby die op verschillende politieke niveaus wordt gevoerd.
Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk hoe groot de gevolgen voor de transportsector zijn, maar ook hoe belangrijk het is om gezamenlijk op te trekken. Zoals een van de transporteurs het verwoordde: “We brengen veel geld op met onder andere accijnzen op diesel, maar dat geld komt minder terug in investeringen in de infrastructuur.”
Praktische oplossingen kunnen veel schade voorkomen
Naast de lobby voor structureel herstel wordt volop gekeken naar mogelijkheden om de Houtribdijk toegankelijk te houden voor een deel van het vrachtverkeer. SVZ Transport heeft hiervoor zelf metingen uitgevoerd met verschillende vrachtwagencombinaties. Volgens Robèr van Straalen van SVZ Transport kan een verruiming van het maximumgewicht naar ruim 20 ton, onder meer voor vrachtwagens die leeg terugrijden, een groot verschil maken. Eventueel in combinatie met een lagere maximumsnelheid of eenrichtingsverkeer. Op basis van de eerste inschattingen zou hierdoor tot 40% van de vrachtwagens gebruik kunnen blijven maken van de Houtribdijk.
De WBG zet zich ervoor in om deze mogelijkheden samen met Rijkswaterstaat verder te onderzoeken. Daarbij staat de veiligheid van de bruggen voorop. Periodieke controles zouden moeten uitwijzen of eventuele verruimingen verantwoord blijven. Hans-Peter benadrukt dat ook handhaving daarbij essentieel is. “Wat de WBG betreft gaat de overheid stevig handhaven op overschrijding van het maximumgewicht. Het kan niet zo zijn dat enkele te zware vrachtwagens de bruggen nog verder aftakelen, waardoor strengere maatregelen moeten volgen.”
Ook compensatie blijft op de agenda
Een derde belangrijk onderdeel van de lobby is een compensatieregeling voor ondernemers die financiële schade ondervinden van de beperkingen. Hierover wordt binnenkort meer duidelijk.
Met de prioritering van de Houtribbruggen is een belangrijke stap gezet. Maar voor de ondernemers die vanaf volgende week dagelijks moeten omrijden, is het probleem daarmee niet opgelost. De WBG blijft zich daarom samen met de betrokken partijen inzetten op drie sporen: structureel herstel van de bruggen, werkbare maatregelen voor de korte termijn en financiële compensatie voor getroffen ondernemers.
De eerste stap is gezet. Nu is het zaak om ook op korte termijn zoveel mogelijk schade te voorkomen.